Nieuwsbericht
05-02-2010 (19:29)

Staten-Generaal van de industrie

Door: Kris Peeters

Vandaag is nogmaals duidelijk geworden dat wij tegen een moeilijke opdracht aankijken. Dat er zware inspanningen zullen moeten worden geleverd. Van alle actoren. De transformatie van de industrie is zonder meer broodnodig. In Vlaanderen, maar ook in de rest van Europa.

 

In 30 jaar tijd is de industriële werkgelegenheid sterk gedaald, in Vlaanderen zelfs gehalveerd. Zonder gewijzigd beleid, zal deze trend zonder meer worden doorgezet. Zonder gewijzigd beleid zullen we ook het hoofd niet kunnen bieden aan de internationale concurrentie. De mondialisering verplicht ons om gericht en versneld het industrieel weefsel te vernieuwen om het welzijn te vrijwaren. Dit besef situeert zich niet alleen binnen Vlaanderen maar maakt ook onderdeel uit van economische en politieke discussies in Europa. Vlaanderen wil zich positioneren als voorloper, als trekker van die vernieuwing, zeker gezien het nakende Europees Voorzitterschap in de tweede helft van 2010.

 

Het transformatieproces zal niet voor elke sector hetzelfde zijn. Sommige sectoren hebben al geruime tijd pro-actieve acties ondernomen en strategieën uitgewerkt. Anderen staan dan weer aan de startstreep. Waar men zich bevindt, is niet de sleutel tot succes. Wel dat het proces snel, met volharding en gefocust moet gebeuren. We hebben geen sprinters nodig, maar getalenteerde lange afstandslopers.

 

Een Nieuw Industrieel Beleid (NIB) vraagt een nieuwe aanpak. We zullen rekening moeten houden met een nieuwe benadering via waardeketens, clusterbeleid, deelname in internationale netwerken, partnerships en vooral, via méér innovatie. Vandaag wordt 50% van Onderzoek & Ontwikkeling op wereldvlak uitgevoerd door “slechts” 700 grote bedrijven. Het toont nog maar eens aan dat we onze grote bedrijven in Vlaanderen, alle ondersteuning moeten bieden op een verdere groei en ontwikkeling. Waar innovatie tot nieuwe activiteiten leidt, zal ze ook aanleiding geven tot zogenaamde “spin-outs”.


Daarmee is duidelijk dat de transformatie ook in belangrijke mate zal moeten komen van de kmo’s. Van bedrijven waar het beslissingstraject in Vlaamse handen is. Gezien dat belangrijk KMO-weefsel van onze Vlaamse economie, willen we dit soort bedrijven in de meest diverse sectoren op een nog meer aangepaste manier blijven ondersteunen en begeleiden. We zullen dat blijven doen in nauwe samenwerking met alle betrokken Vlaamse overheidsdiensten, onderzoekcentra en met de betrokken ondernemersorganisaties.

Daarom zetten we volop in op Vlaamse industriëlen die een snelle groei kunnen realiseren en een grote sprong voorwaarts – een gazellesprong - kunnen maken. Enkel op die manier kan Vlaanderen opnieuw een welvarende industriële regio worden.

 

De transformatie die wij beogen, zal tijd vragen. Ze zal ook daadkracht en leiderschap vragen. Actie. Snelheid. Van de werkgevers om hun bedrijven te richten naar de sectoren van onze toekomst.

 

Van de werknemers, om die excellente productiviteit waar wij zo gekend voor zijn, te blijven realiseren. Van de ViA-voorzitter en de Raad van Wijzen, om de vooruitgang van de transformatie van de economie als het grote objectief van Vlaanderen in Actie te bewaken en te verzekeren. En tenslotte ook van de Vlaamse regering, om de juiste instrumenten te ontwikkelen die de gepaste ondersteuning en stimulans geven voor een nieuwe economische realiteit.
We moeten dit samen aanpakken. Binnen de Vlaamse regering, met de sociale partners, verenigd in de schoot van de SERV. In de geest van Vlaanderen in Actie, samen met alle maatschappelijke actoren, zodat we Vlaanderen snel op de juiste sporen kunnen zetten.

 

Enerzijds wil ik aan de sectoren en de vakorganisaties vragen om met een positieve ingesteldheid voorstellen rond open ondernemerschap te formuleren. Anderzijds wil ik aan de werkgeversorganisaties vragen om zoveel mogelijk het belang van werkgelegenheid te benadrukken.


Ook de overheid zal haar verantwoordelijkheid opnemen, en de nodige ondersteuning bieden om actie in Vlaanderen mogelijk te maken, gedragen door een performant sociaal overleg.

Zeer belangrijk daarbij is dat de afspraken met alle actoren tijdig worden nagekomen. Tegen juli van dit jaar verwacht ik dat de concrete voorstellen over de transformatietrajecten rond zijn.

Dat geeft ons de gelegenheid om de nodige investeringsmiddelen vrij te maken en tegen september een definitief voorstel ter goedkeuring aan het Vlaams Parlement voor te leggen.

 

Zelf maakt de Vlaamse regering een absolute prioriteit van het versnellen van investeringsprojecten, zoals ook beschreven in het regeerakkoord. De Commissie Berx en de Commissie ad hoc in het Vlaams Parlement zijn in gang gezet, we verwachten daar snel resultaat van en een aantal voorstellen om procedures te vereenvoudigen, lasten te verminderen, kortom: om projecten sneller te realiseren.

 

De Commissie Berx, onder voorzitterschap van gouverneur Cathy Berx en met professoren en voormalige ministers in de werkgroep, zal tegen het einde van deze maand een rapport klaar hebben met daarin een aantal aanbevelingen naar de Vlaamse Regering toe. Deze aanbevelingen zullen ongetwijfeld bestuurlijke aspecten bevatten.

 

Ik denk bijvoorbeeld aan het meer geïntegreerd werken van de Vlaamse administratie in plaats van “verkokering” of louter vanuit zijn eigen sector kijken. Andere aanbevelingen zullen wellicht betrekking hebben op het maken van of aanpassingen doen aan decreten, besluiten, omzendbrieven, reglementen, enzovoort.


Op basis van dit werk zal de Vlaamse Regering dan een beslissing nemen.

Waar 2009 vooral een jaar was van voorbereiding, is 2010 het jaar van Actie in Vlaanderen. We hebben geen tijd te verliezen als we, zoals formeel bekrachtigd, tegen 2020 tot de top vijf van de Europese regio’s willen behoren. Daarom stel ik u vandaag drie concrete sporen voor, die ons moeten helpen om deze ambitie waar te maken.

 

Vooreerst zal ik een voorstel doen aan Europa, om een Europees Globaal Transformatiefonds (EGT) op te richten.


Dit fonds moet het nodige herstel van de competitiviteit van de industrie mee ondersteunen en versnellen. Bedoeling is dat dit voorstel wordt meegenomen op de agenda van de Europese Raad op 11 februari plaatsvindt.

Ten tweede zal de Vlaamse Regering nagaan in hoeverre we de industriële transformatie ook op Vlaams niveau kunnen ondersteunen. We moeten instrumenten inzetten om grote transformatietrajecten vorm te geven en de bijhorende acties te ondersteunen.


Wij hebben hierbij opdracht gegeven aan de diensten om deze instrumenten waarover we beschikken te bundelen, en mogelijks nieuwe instrumenten voor te stellen. Hun advies moet evenzeer tegen juli klaar zijn.

Tot slot moeten we samen een actieplan en een Industriepact voor een vernieuwend industriebeleid realiseren.


Vandaag hebben vier sectoren zich uitdrukkelijk geëngageerd om die nieuwe industrie vorm te geven. Dank daarvoor. Het is een belangrijk signaal.
Maar iedereen weet dat we pas succesvol kunnen zijn, als álle sectoren meestappen in dit verhaal. Als elkeen zich verbindt aan die nieuwe benadering van waardecreatie, clusterbeleid, deelname aan internationale netwerken en partnerships. Innovatie is de spil van het Nieuw Industrieel Beleid. Samenwerking is de olie om de raderen te doen draaien. Samen moeten we een goed functionerend, efficiënt en ambitieus geheel vormen.



Laatste wijziging: 3-01-2008 (22:48)